Ex-prof Maura Visser is nu in andere rol van waarde in de sportwereld

Ze won titels, speelde in de Champions League en kwam 139 keer uit voor Oranje. Toch kende de succesrijke handbalcarrière van Maura Visser ook dieptepunten en werd ze soms verguisd. Het komt de Haagse goed van pas in haar nieuwe rol als zaakwaarnemer.

Maura Visser (40) was tijdens haar grillige loopbaan een topper. Bejubeld en verguisd. Ze beschikte over alle facetten van het handbalspel om te kunnen uitgroeien tot een wereldspeelster: inzicht, schotkracht, passeertechniek én bovenal de optimale wedstrijdmentaliteit. “Dat laatste heeft me ook wel eens in de weg gezeten”, geeft ze eerlijk toe. “Ik ben altijd duidelijk voor mijn mening uitgekomen. Bij de clubs waar ik speelde en in het Nederlands team. Dat werd me niet altijd in dank afgenomen.”

De latere vedette begon op 5-jarige leertijd bij Hellas in Den Haag, waar moeder Ingrid en vader Maarten in het eerste team speelden. Samen met broertje Tommie was ze er altijd te vinden. Tot haar negentiende zou ze haar geliefde Hellas, waar ze inmiddels weer terug is, trouw blijven. “Het was mijn tweede huis, omdat we als gezin daar hele weekenden doorbrachten. Een geweldige club waarmee ik veel prijzen heb behaald.”

In die periode moest Visser al ervaren dat luid en duidelijk voor jouw eigen mening uitkomen niet altijd werd gewaardeerd. Het klikte niet langer met de toenmalige trainer en het paradepaardje van Hellas stapte over naar de grote concurrent Quintus.

Opschudding

“Dat veroorzaakte nogal wat opschudding”, herinnert Visser zich nog goed over haar saillante overstap. “Het was in die tijd niet gebruikelijk om zo’n overstap te maken. Ik heb bij Quintus twee topjaren meegemaakt. Een superteam met een geweldige sfeer. We wonnen alles wat er te winnen viel. Een onvergetelijke periode.”

Visser besefte dat het moment was gekomen om haar vleugels verder uit te slaan. Als toptalent gloorde het buitenland. “Toen ik 21 was, heb ik die stap gewaagd. Ik was afgestudeerd aan de sportacademie en ik voelde me na mijn afgeronde studie vrij om te gaan.”

In 2007 ging ze aan de slag bij topclub Horssens in Denemarken. Een droom leek uit te komen, maar het werd een nachtmerrie. Binnen zes weken sloeg het noodlot toe en brak Visser haar kuitbeen. “Zat ik daar ineens in een land waar ik de taal nog niet beheerste. Zes maanden concentreren op de revalidatie. De zwaarste periode in mijn handballoopbaan. Er waren momenten dat ik dacht: dit wil ik niet. Ik stop ermee. Ik ga terug naar huis.”

Op dat moment kwam de ware aard van Visser naar boven. Knokken, doorvechten, je niet laten kennen. “Het was niet makkelijk, maar door die periode ben ik veel sterker geworden. Het heeft me mede gevormd.”

Daarna ging het snel met haar internationale loopbaan. Ze speelde bij topclubs in Denemarken en Duitsland en won er landstitels. “Hoogtepunten en ook momenten waarop je beseft dat al die opofferingen het meer dan waard zijn geweest. Het bereiken van doelen die je al jonge speelster hebt gesteld, voelt als een bevestiging. Dát heb ik toch maar mooi bereikt, denk je dan.”

Visser, die ooit op 34-jarige leeftijd moest stoppen vanwege knieproblemen, realiseert zich dat zo’n intensieve carrière óók zijn schaduwkanten kent. “Breuk kuitbeen, kraakbeen afgebroken in de knie, neus gebroken, middenhandsbeentje gebroken. Het moeten terugklokken na die blessures. Het weg zijn van familie en vrienden. Het missen op de moeilijke momenten van een knuffel of een goed gesprek. Dát is de tol die je moet betalen voor al die successen.”

Vandaag de dag zijn de internationals van Oranje benaderbaar en geliefd bij de supporters. “Ik had dat veel minder”, weet Visser nog goed. “Ik was in het veld een totaal ander mens dan daarbuiten. Als speelster was ik niet echt leuk. Ik wilde zó graag winnen en de beste zijn. Dat ging nog wel eens ten koste van mijn populariteit. Ik had nooit de drang om het iedereen naar de zin te maken. Daarom heb ik wel eens dingen gezegd waarvan ik later dacht: dat had ik beter niet kunnen doen.”

Arsenaal aan contacten

Inmiddels is Maura Visser moeder van de 7-jarige Mexie en een geslaagd spelersmakelaar bij het Bureau GrandSlam van voormalig Dalfsen-manager René Cloo. Een rol die geknipt voor haar lijkt. Zij spreekt haar talen, is gepokt en gemazeld in de handbalwereld en heeft een groot arsenaal aan contacten.

“Boeiend om te doen”, vindt Visser, die onder anderen de regietalenten Twan en Sil Klompé, Mats Hulspas en Daan van Vliet in haar ‘stal’ heeft. “Nooit gedacht dat ik het zó leuk zou vinden. Spelers begeleiden naar clubs in het buitenland en ze met alles terzijde staan. Niet om veel geld te verdienen, maar om te zorgen dat ze goed terecht komen. En ze daarna ook te blijven volgen. Het voordeel is dat Nederlandse spelers extra gedreven zijn om in het buitenland te slagen. Die motivatie spreekt mij erg aan en maakt het erk extra interessant.”

Tenslotte nog een hartenwens. Visser zou willen dat meer topspelers die stoppen actief blijven in de handbalsport. “Het is zó jammer dat al die ervaring verloren gaat. Er zijn veel leuke functies te vervullen bij clubs en de bond. Kennis van oud-topsporters kan van grote waarde zijn.”

Tekst: AD Sport – Peter Lotman | Foto: Thierry Schut

X